PRONKSTUKKEN | WEEK VAN DE BEGRAAFPLAATS

 

Niets is zo zeker in een menselijk bestaan als de dood. Geen mens ontkomt hieraan en dit is nooit anders geweest. Eén der eerste mensensoorten, de Neanderthalers, begroeven al hun doden en gaven grafgiften mee. Dit zou erop kunnen wijzen, dat zij al rituelen kenden en rouwden om hun overledenen.

In veel andere culturen speelt de dood een belangrijke rol. De oude Egyptenaren zijn daarvan een zeer bekend voorbeeld, met hun piramidebouw, grafcultuur, mummificatie en gedachten rondom een leven na de dood.

De Romeinen kenden zowel het begraven van hun overledenen als het cremeren, Dat laatste was iets, wat in de Romeinse tijd in ‘onze’ gebieden, van wat wij nu Nederland noemen, normaal was. Er zijn veel grafheuvels op bijvoorbeeld de Veluwe, waar potten zijn gevonden met gecremeerde menselijke resten. Verder zijn er nog de hunebedden in Drenthe.

Door de opkomst van het Christendom werd het de gewoonte om doden te begraven. Dit gebeurde dan over het algemeen zonder grafgiften. De maatschappelijke stand van de overledene speelde een rol: degenen die het zich konden veroorloven lieten zich begraven in de kerk, bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het hoogkoor, waar de eredienst werd opgedragen voor de gelovigen.

Degenen die minder te besteden hadden in de geldbuidel lieten zich buiten de kerk begraven. Dit, om op ‘de jongste dag’, bij de terugkomst van Christus op aarde, deelgenoot te mogen zijn bij Zijn terugkomst op aarde en er zelf zo deelgenoot van te kunnen worden. Dit was ook het gedachtegoed in Kampen. In de grote, monumentale kerken van de stad zijn vele graven aanwezig, vrijwel allemaal van diegenen die gerekend konden worden tot de notabelen. De begraafplaatsen rondom de kerken hebben in later eeuwen vaak toch uiteindelijk plaats moeten maken voor bebouwing of parkeerplaatsen voor auto’s.

Het was niet alleen zo, dat er in en rondom kerken werd begraven. Dit gebeurde ook bij kloosters en conventen. Uiteindelijk veranderde het gedachtegoed. Zo rond 1829, door diverse wetgevingen in de nasleep van die van Napoleon toen Nederland door de Fransen was bezet, kwam er ook wetgeving rondom het begraven van doden: er mocht niet meer in en rond de kerken, en daarmee binnen de bebouwde kom, begraven worden.

Rijke stinkerds

Begraafplaatsen lagen buiten de direct bewoonde wereld. Dit was, omdat men vermoedde dat het begraven van doden in en direct rond kerken onhygiënisch was en dat dit daardoor een medeoorzaak was van verschillende epidemieën. Het was dan nog in deze tijd gemeengoed te denken dat ziekten zich konden verspreiden door een ‘rotte lucht’… En laat dat nog wel eens aanwezig zijn als er veel doden in graven en tomben liggen onder de kerkvloer.
Die , vaak rijke, stinkerds, lieten dan wel een luchtje achter, zeker op warme dagen… Door de Napoleontische wetgeving kwamen de begraafplaatsen van Kampen aan de overzijde van de IJssel te liggen, aan de kant van IJsselmuiden. De grond in echter wel Kamper grondgebied en wordt tot op de dag van vandaag benut.

Grafhorst, Wilsum, IJsselmuiden

Ook de buitenkernen van de gemeente hebben elk een eigen grafveld. Zo gaat Grafhorst ook terug tot de 19e eeuw. In ongeveer 1870 komt er een begraafplaats in Wilsum. De grond wordt door het gemeentebestuur van Wilsum aangekocht van een boer die zelf in Dalfsen woonde. In hetzelfde jaar kwam er ook en begraafplaats in IJsselmuiden. In Zalk en Veecaten is alles moeilijker te traceren omdat het archief geen uitsluitsel geeft over de 19e eeuw. Wel is bekend, dat in Zalk en Veecaten nog vrij lang na het officiële verbod gewoon begraven werd in de kerk.

Kamperveen

Gewoonten kunnen weerbarstiger zijn dan wetten. Kamperveen heeft als bijzondere begraafplaats De Dompe, een verhoogd stuk grond in het landschap waar al vanaf de middeleeuwen mensen werden begraven, tot 1904. Dit stukje cultuurhistorie was bijna verloren gegaan door de ruilverkaveling in 1936. Men wilde toen de graven ruimen maar uit respect voor het voorgeslacht heeft de gemeente de grond gekocht, zodat er niets meer mee kon gebeuren.

Joodse begraafplaats

Een aparte vermelding heeft hier de Joodse begraafplaats. Vanwege de wetgeving ging ook de Joodse gemeenschap vanaf dat moment meer en meer over naar de overzijde van de IJssel. In 1843 werden sommige graven zelfs overgebracht naar deze nieuwe Joodse begraafplaats. Een oude joodse begraafplaats werd in 1948 overgebracht zodat er in Kampen ruimte vrij kwam voor de bouw van een school van de gereformeerde Kerk Vrijgemaakt.

Funerair Culturele Geschiedenis

Begraafplaatsen vallen onder de funerair culturele geschiedenis van Nederland. Iets, waar lange tijd geen aandacht voor is geweest. Om deze leemte in aandacht te dichten is er de Vereniging De Terebinth, die tot doel heeft bijzondere begraafplaatsen, grafmonumenten en funeraire cultuur te bewaren voor de toekomst.

Op de bijgaande foto uit de jaren '70 de tekst boven het toegangshek naar de begraafplaats aan de Rondeweg in IJsselmuiden. "Merk dit wel op, O wereldlng O gij uit stof gewormde, bekeer u en word hemeling tot hem die u eens vormde. Beheer u daar het is nog tijd, eer gij weer stof geworden zijt".