Het Oorgat

Het Oorgat is een karakteristiek hoekje in Kampen. Het meest tot de verbeelding sprekende bouwwerk in dit gebied is de brug die ook naar dat gehoororgaan is vernoemd. Minder bekend is het kleine, doodlopende steegje, eveneens met de naam Oorgat. Dit steegje ligt tegenover de brug en de Molenstraat en loopt tussen en evenwijdig aan de De La Sablonièrekade en de Prinsenstraat.


De oudste vermelding van de naam Oorgat dateert van 1655. Waarom dit stukje Kampen deze naam heeft gekregen is niet helemaal duidelijk. Het is namelijk de benaming van een scheepsdoorgang in een vaste brug, die was afgedekt met één of twee houten klappen. Door deze te verwijderen kon de scheepsmast passeren via een sleuf. Aangezien de Oorgatsbrug altijd van steen, en zonder houten klappen, is geweest, gaat het waarschijnlijk om een andere betekenis van de naam. Mogelijk verwijst het naar de opening waardoor schepen vanuit de Burgel de IJssel konden bereiken en omgekeerd.

De omgeving van het Oorgat bood in de 19de en begin 20ste eeuw lange tijd plaats aan kleine industrieën. Zo werden op maandag 5 september 1853 tussen de Koornmarktspoort en het Oorgat de fundamenten gelegd van de katoenfabriek van L. Bottenheim. Door de ligging van deze fabriek werd het Oorgat ook wel aangeduid met “achter Bottenheim”. In 1891 opende de heer Stibbe een tabakseest, waar tabak werd gedroogd, aan Oorgat 1. In 1892 werd deze verplaatst naar Achterom 6. Voor Oorgat 1 werd in 1908 door de Rotterdamse Petroleum “De Automaat” een vergunning aangevraagd om een bergplaats voor benzine te mogen oprichten. In 1924 werd G. van de Werf’s sigarenfabriek met droogkamer verplaatst van Prinsenstraat 1 naar Oorgat 4. Aan de gebroeders Slot werd in 1936 een vergunning verleend voor een droogkamer in Oorgat 1. In hetzelfde jaar werd ook voor Oorgat 6 een vergunning verleend voor een sigarendrogerij. Tot in de jaren 60 en het begin van jaren 70 van de vorige eeuw werkten sigarenmakers in de pandjes ‘achterin het Oorgat’ (nummers 3 t/m 6).  

In 1963 was een groep lindebomen langs de Burgel bij het Oorgat onderwerp van gesprek in Kampen. Ten behoeve van herstel van de kademuren moesten deze bomen gekapt worden. Velen vonden het jammer dat de bomen in dit pittoreske stukje moesten verdwijnen. In de raadsvergadering van 19 december 1963 werd fel gediscussieerd over de bomen. De lindes konden niet worden gehandhaafd, maar gelukkig werden er wel nieuwe bomen geplant.

De omgeving van het Oorgat bood in de 19de en begin 20ste eeuw lange tijd plaats aan kleine industrieën. Zo werden op maandag 5 september 1853 tussen de Koornmarktspoort en het Oorgat de fundamenten gelegd van de katoenfabriek van L. Bottenheim. Door de ligging van deze fabriek werd het Oorgat ook wel aangeduid met “achter Bottenheim”. In 1891 opende de heer Stibbe een tabakseest, waar tabak werd gedroogd, aan Oorgat 1. Voor hetzelfde pand werd in 1908 door de Rotterdamse Petroleum “De Automaat” een vergunning aangevraagd om een bergplaats voor benzine te mogen oprichten. In 1936 werden voor zowel Oorgat 1 als Oorgat 6 vergunningen aangevraagd voor het oprichten van sigarendrogerijen.
In 1963 was een groep lindebomen langs de Burgel bij het Oorgat onderwerp van gesprek in Kampen. Ten behoeve van herstel van de kademuren moesten deze bomen gekapt worden. Velen vonden het jammer dat de bomen in dit pittoreske stukje moesten verdwijnen. In de raadsvergadering van 19 december 1963 werd fel gediscussieerd over de bomen. De lindes konden niet worden gehandhaafd, maar gelukkig werden er wel nieuwe bomen geplant.

Gerelateerde artikelen

Zuivelfabriek ‘s Heerenbroek