Gevangenen transporten in de Van Heutszkazerne 


'DE DONKERSTE TAFERELEN DIE ER OOIT ZIJN GEZIEN’
november 1944 – maart 1945

Deze week, 75 jaar geleden, op 11 november 1944, doemden op de IJssel twaalf rijnaken op met in totaal 10.500 dwangarbeiders uit Rotterdam. Mannen die waren opgepakt bij Aktion Rosenstock in de dagen ervoor, de grootste razzia ooit op Nederlandse bodem uitgevoerd. De razzia van Rotterdam vond plaats in het kader van de Arbeitseinsatz, toen de nazi’s weerbare mannen massaal oppakten om in Duitsland te gaan werken. Dit lot trof in de Hongerwinter in totaal 120.000 mannen, met name uit het westen. Ruim 34.000 van hen reisden per schip via Kampen en zagen de overvolle Van Heutszkazerne van binnen.

Gruwelijke taferelen

De taferelen die zich tijdens de transporten over het IJsselmeer in de overvolle ruime van de rijnaken hebben afgespeeld, zijn gruwelijk. Transportcommandant Oberleutnant Ernst Baatz schoot bij aankomst op de IJsselkade de Joodse dwangarbeider Abraham van Ploeg dood, onder de ogen van tienduizend mede-Rotterdammers.


Het Kamper Rode Kruis en de lokale bevolking

Door ingrijpen van dokters Kolff en Pel, het Kamper Rode Kruis en de lokale bevolking kregen de dwangarbeiders voedsel en medische verzorging. Melk en brood werden spontaan gebracht. Met gevaar voor eigen leven zetten de Kampenaren zich in om het lot van de dwangarbeiders te verlichten. Er kwamen noodziekenhuizen met een toeziend arts en een verpleegster, waar de zieke gevangenen werden verpleegd in onder meer de fabrieken van Engelen en De Faam in IJsselmuiden, in het parochiehuis, in de muziekschool aan de Nieuwe Markt, in De Weeshuizen, in de Kamper Bar (nu De Vier Jaargetijden).


Honderden konden ontsnappen aan hun lot omdat ze symptomen van ziekte kregen toegediend in de noodziekenhuizen of elders, om ze ‘aan het transport te kunnen onttrekken’. Artsen die gevangenen ziek maken? ‘In oorlogstijd draaien alle waarden om’, zei Kolff, ereburger van Kampen, daarover jaren later.

Er komt geen eind aan

De transporten gaan de hele winter door. Na 16.000 Rotterdammers (11 en 15 november) volgen groepen uit Den Haag (7200, 24 nov.), Zeeland (5300, 24-29 december) en zelfs 1200 hongerige kinderen uit Amsterdam (27 januari) over een vrijwel bevroren IJsselmeer.

Toen op 24 maart 1945 – drie weken voor de bevrijding van Kampen – het laatste transport arriveerde, hadden 33.674 mensen de Van Heutszkazerne van binnen gezien. ‘Duizenden zijn echter zonder eten verder getransporteerd’, aldus het Rode Kruis in haar naoorlogse rapport Het Roode Kruis contra Hakenkruis (Kok, 1947). In zijn boek De Stadskazerne, overleveringstocht door de oude ‘Van Heutsz’, uit 2016 schrijft kazernehistoricus Herman Broers  over het gebouw: ‘De bezetter behandelde haar als oorlogsbuit en maakte er een politieke gevangenis van. In de Hongerwinter dreven ze er tienduizenden dwangarbeiders bijeen en bezorgden de kazerne de donkerste taferelen die er ooit zijn gezien.’

 

24 maart 2020

Noteert u alvast op 24 maart 2020, precies 75 jaar na de aankomst van het laatste gevangenentransport in Kampen, geeft auteur en kazernehistoricus Herman Broers (Dokter Kolff, Blauw Haar, De Stadskazerne, Verhalen van De Engelenberg) in het kader van 75 jaar bevrijding een bijzondere Stadskazernelezing over de Van Heutszkazerne en de gevangenentransporten in Kampen tijdens de Hongerwinter. Meer informatie volgt. 

 

Bijschrift foto:  Een foto van de inscripties gevangenen uit 1944-45. Deze zijn aangetroffen bij verbouwing voormalige exercitieloods tot werkplaatsen Kunstacademie, begin jaren ‘80. Toentertijd gefotografeerd door Cor van Sliedregt (fotografiedocent destijds. Na het fotograferen zijn deze inscripties verdwenen. Dit waren de laatste sporen in de kazerne.