Klederdrachten in de provincie Overijssel

Van Zalk, Wilsum, IJsselmuiden.

Klederdracht, of streekdracht, duidt meestal de traditionele kleding aan die een groep mensen op een bepaalde plaats draagt.

Klederdracht, of streekdracht, duidt meestal de traditionele kleding aan die een groep mensen op een bepaalde plaats draagt.

Litho van R. de Vries uit omstreeks 1850. De voorstelling laat een situatie zien op de Botermarkt van Kampen. De afgebeelde personen behoren tot de boerenstand en dragen de dagelijkse kleding. Dit behoorde, nog tot voor de Tweede Wereldoorlog, tot het dagelijkse straatbeeld van Kampen en de omliggende regio.

Klederdracht, of streekdracht, duidt meestal de traditionele kleding aan die een groep mensen op een bepaalde plaats draagt. In veel dorpen en streken leefden de mensen in een vrijwel isolement.

Soms gaan elementen van streekdracht eeuwen terug. Omstreeks de zestiende eeuw bestond er een aantal kledingvormen naast elkaar: adel en geestelijkheid droegen andere kleding dan kooplieden, boeren, vissers of ambachtslieden. Kleding kan een gevoel van saamhorigheid benadrukken, maar ook een gevoel van eigenwaarde versterken. Kleding kan namelijk ook iets zeggen over de rang of stand van de drager of draagster, maar ook of men in of uit de rouw is.

Veranderingen in de kledingmode, geïnspireerd voor het voortdurend streven naar exclusiviteit van de toonaangevende adel, vonden bij de stedelingen sneller en gemakkelijker navolging door hun hogere welstand en betere informatie. De bewoners op het platteland kregen die informatie pas veel later, bijvoorbeeld door rondtrekkende handelaren als marskramers, en waren dan nog vaak veel te arm om kleren die nog niet totaal versleten waren te vervangen omdat ze ‘uit de mode’ raakten.

Tegenwoordig is, door de toenemende communicatie tussen landen en gemeenschappen, de kleding veel eenvormiger geworden. Oma’s dragen dezelfde type spijkerbroeken als hun kleinkinderen en ook tijdens de rouw wordt hiervoor speciale kleding niet meer benut.